Auteursarchief: Communicatie Commissie

Boeken, banden en revoluties

Door Ann Peckstadt – september 2020.

Ik werk al jaren voor de stadsbibliotheek van Brugge. In coronatijd heb ik gegrasduind in het boekje The Founding Fathers. Het bibliotheeklandschap in Brugge omstreeks 1800. Daarin las ik o.a. een bijdrage van Lori van Biervliet over Joseph-Basile van Praet (1752-1837), één van de grondleggers voor de boekencollectie van de openbare stadsbibliotheek te Brugge. Ik ben gefascineerd geraakt door zijn levensloop en tot wat zijn extreme passie voor boeken geleid heeft. Zijn dodenmasker diende als model voor een buste in witte marmer bewaard in de Bibliothèque Nationale van Parijs, een plaasteren afgietsel van de buste wordt bewaard in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel en een repliek werd opgesteld in de stadsbibliotheek van Brugge.

De vader van Joseph-Basile van Praet was een boekenliefhebber, hij had een boekhandel en was drukker van het Brugse Vrije (1762) en van de stad Brugge (1767). Joseph-Basile van Praet werd grootgebracht tussen boek en papier en onderlegde zich in bibliografie en de geschiedenis van de boekdrukkunst. Om zijn opleiding als libraire te voltooien vertrok hij in 1779 naar Parijs, toen het centrum van de boekhandel en boekenveilingen. Hij cultiveerde er zijn kennis van oude en zeldzame boeken en beschreef de befaamde handschriftencollectie van de hertog de La Vallière. Vanaf 1788 werd hij sécretaire-adjoint van de  bibliotheek. Daardoor kreeg hij inzicht in de financiën en de werking van de instelling. Hij hield toezicht op de uitgaven voor de boekbanden met een bijzondere opdracht voor de marokijnen banden. In 1792 werd hij secretaris. Dit gebeurde in een periode dat de Franse revolutie ook in de Bibliothèque Royale  een revolutie teweegbracht. Het was een tijd van (contra)revolutie, terrorisme, verdachtmakingen, moorden en  terechtstellingen. Twee bibliothecarissen werden geëxecuteerd en een andere pleegde zelfmoord. Van Praet is toen moeten onderduiken en was gedurende veertien dagen in quarantaine. Uiteindelijk heeft Van Praet ondanks veel moeilijkheden zijn positie kunnen behouden en werd hij in 1795 benoemd tot garde, sécretaire en trésorier van de bibliotheek, die werd omgedoopt van Bibliothèque Royale tot Bibliothèque Nationale. Het ambt van hoofdbibliothecaris werd afgeschaft en vervangen door een conservatoire (raadgevend bestuur). Voor het eerst werd de term conservateur gebruikt. Van Praet besliste om kostbare, unieke en ongewone werken buiten de verzameling te houden en een réserve aan te leggen die niet toegankelijk was voor het publiek.

Napoleon wilde van Parijs de culturele hoofdstad van Europa maken met de grootste kunstverzameling in het Louvre en het grootste boekenbezit in de Bibliothèque Nationale. De Napoleontische veldtochten zorgden voor boekenlawines: volledige bibliotheken met waardevolle collecties werden aangevoerd. Zo ondertekende Van Praet de ontvangst van kisten met boeken uit de Bourgondische bibliotheek en uit diverse kloosterbibliotheken in Brussel, maar ook uit andere bibliotheken in de Nederlanden, Duitsland, Italië, en zelfs het Vaticaan. Opmerkelijk is dat Van Praet de waardevolste stukken achterhield  en toevoegde aan zijn réserve. Zijn strooptochten waren een opdracht en een passie geworden. Ontvreemde incunabelen heeft hij laten herinbinden door Jean-Claude Bozerian, waarbij de eigendomsmerken verdwenen. Begin 1814 heeft hij met de hulp van zijn assistent de boeken ondergebracht in een geheime schuilplaats. Nadien moesten onder het Verdrag van Parijs (1814) alle kunstvoorwerpen die ontvreemd werden door de Fransen tijdens de revolutie  teruggegeven worden aan het land van herkomst. Van Praet beweerde echter dat hij de gevraagde boeken niet meer kon terugvinden. In 1817 vroeg Willem I aan Charles van Hultem (toen stadsbibliothecaris van Brussel) om in Parijs de boeken te gaan terughalen van de bibliotheken van Brussel, Leuven en Mechelen. Vooral de verzameling handschriften en incunabelen van de Bourgondische bibliotheek moesten worden teruggebracht.

Boeken smeden banden tussen verzamelaars, waarbij de liefde en de passie voor het boek centraal staan.  Zo was Van Praet o.a. bevriend met de eerder vermelde Charles van Hulthem (1764-1832), maar ook met andere bekende boekenverzamelaars, zoals Johan Meerman (1753-1815) en baron van Westreenen (1783-1848). Johan Meerman bezat een uitzonderlijke collectie wiegendrukken die hij van zijn vader geërfd had. Hij ontmoette Van Praet voor het eerst in Parijs in 1812 door bemiddeling van zijn neef Willem H.J. van Westreenen. In 1824 erfde Van Westreenen een belangrijk deel van de Meermanbibliotheek. Vandaar de naam van het later opgerichte museum Meermano-Westreenianum in Den Haag. De naam van het museum is niet zolang geleden veranderd naar Museum van het Boek. Jammer dat we nu niet meer kunnen struikelen over de naam Meermano-Westreenianum.

Afb. 1 J.-J. Barthélemy, Voyage du jeune Anacharsis en Grèce… À Paris, De l’imprimerie de Didot Jeune, An VII [1798-1799]. Donkerblauwe marokijnen band. Voor een volledige beschrijving, zie: Veilingscatalogus Alde, 2013, Cat. nr. 27, p. 44-46.

Van Praet brengt ons ook bij de boekbinder Jean-Claude Bozerian en Bozerian brengt ons bij enkele bekende verzamelaars zoals de onlangs overleden Michel Wittock. Jean-Claude Bozerian (1762-1840) was vooral actief tussen 1790-1811. Hij was kunstboekbinder en collectioneur. Onder zijn klanten had hij befaamde bibliofielen, inclusief Napoleon. De boekbanden zijn gedecoreerd in neo-classistische stijl. Hij signeerde zijn banden, wat in de 18de eeuw in Frankrijk toen nog niet gebruikelijk was. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Bibilotheca Wittockiana (genoemd naar Michel Wittock) deze boekbanden in haar collectie had. Michel Wittock (1936- 2020) heeft een deel van zijn collectie op verschillende veilingen gebracht, waaronder een reeks boeken ingebonden door Jean-Claude Bozerian. Deze boeken (waarvan twee voorbeelden te vinden zijn onder deze tekst) leggen een link tussen Van Praet, Bozerian en Wittock.

Tot slot nog een bedenking. Gaan we de komende jaren met onze bibliotheken een nieuwe revolutie tegemoet? De ontwikkeling van de digitale bibliotheek gaat ten koste van de bibliotheek als cultureel maar ook fysiek erfgoed. Kostbare boeken worden afgevoerd naar réserves die niet toegankelijk zijn voor het publiek, en ondertussen wordt de conservateur afgeschaft. Hopelijk wordt Van Praet niet van zijn voetstuk gehaald en en wordt zijn buste niet beklad of vernield.

Afb. 2 Quintus Horatius Flaccus [opera]. Parisiis, In aedibus palatinis scientiarum et artium, excudebam Petrus Didot, natu major, 1799. Rood marokijnen band met groen leren etui. Voor een volledige beschrijving, zie: Veilingscatalogus Alde, 2013, Cat. nr. 68, p. 96-97.

Referenties

Veilingscatalogus Alde (Parijs) van 24 oktober 2013, Collection Michel Wittock, Cinquième Partie, De Bonaparte, premier consul, à Napoléon III, empereur.

Van Biervliet, L. (2004) ‘De boekenas Brugge-Parijs. Joseph-Basile van Praet (1752-1837), bibliothecaris in Parijs en weldoener van de openbare bibliotheek Brugge’, in: Van Biervliet, L., Vandamme, L. (red.), Van den Abeele, A., The Founding Fathers. Het bibliotheeklandschap in Brugge omstreeks 1800, Brugge: Van de Wiele, p. 47-74.

In Memoriam Michel Wittock

Herinneringen aan Michel Wittock (1936-2020). Boekbandverzamelaar, mecenas, museumdirecteur, tentoonstellingsbouwer, uitgever, schrijver en vriend.

Door Jan Storm van Leeuwen – augustus 2020.

Op vrijdag 3 juli overleed Michel Wittock. Er zijn weinig mensen die zoveel hebben gedaan om de liefde voor en kennis van de kunstboekband te verspreiden als hij: vooraanstaand verzamelaar van banden, stichter en jarenlang directeur van de Bibliotheca Wittockiana in Brussel, onvermoeibaar bouwer van tentoonstellingen, uitgever van catalogi, wetenschappelijke boeken en andere publicaties, zelf ook schrijver van teksten over de band en voor mij een goede vriend.

Ill. 2. Michel Wittock. Uit: Bibliophilies et reliures; Mélanges offerts à Michel Wittock. (Ed. Annie De Coster & Claude Sorgeloos). Bruxelles 2006.

Michel kocht bij allerlei gelegenheden banden; op veilingen, bij antiquaren, op beurzen en de laatste twintig jaren in toenemende mate bij de binders zelf. Hij was een belangrijk mecenas voor de boekband van onze tijd, vooral Belgische. Zijn museum in de Brusselse Bemelstraat is vanaf de opening in 1983 een centrum geweest voor de boekband in allerlei aspecten. Mensen uit vele landen, ook conservatoren en kunstboekbinders uit Parijs, trokken er graag naar toe. Bij de vele manifestaties stond Michel ze met een minzame glimlach te woord. Hij had een natuurlijke charme en wist ook heel goed wat hij wilde en hoe de mensen te motiveren die de plannen moesten helpen uitvoeren.

Zijn eerste aankoop en zijn eerste verzameling

Michel werd op 6 februari 1936 geboren, als tweede zoon van een belangrijk industrieel van textiele waren. Zijn passie voor het boek uitte zich al op jonge leeftijd. Hij vertelde eens hoe hij als jongen van veertien op een kostschool in Maredsous zat, bij goede resultaten naar huis in Sint-Lambrechts-Woluwe mocht (nu in de Brusselse agglomeratie) en dan van zijn ouders 20 frank beloning kreeg. Eens liep bij met dit geld op zak door het centrum van de stad en zag in de etalage van een winkel een oud boek liggen, Les délices du Brabant, dat open lag op een van de vele prenten van kastelen. Het was een liefde op eerste gezicht. Michel wist dat hij dit boek wilde bezitten, met die oude leren band, de prachtige gravures en wilde het papier strelen. De verkoopster, Francine Van der Perre, was ontroerd door die opwellende liefde in de charmante jongen en heeft hem het boek verkocht voor 20 frank, ook al was het vele malen meer waard. Later is Michel een goede klant van haar geworden. Michels liefde voor het boek had toen vooral met de inhoud te maken. Zijn eerste verzameling betrof de genealogie, de heraldiek en de topografie. Zij heeft jarenlang in een kast in een zijkamer van de Wittockiana gestaan.

Ill. 3. Band in hoofdzakelijk wit boxcalf, gemaakt door Annie Boige, 2005. Om: Pierre Lecuire, Art poétique. Pointes sèches de Geneviève Asse. Paris: Pierre Lecuire, 1991. Exemplaar met opdracht aan Michel Wittock en Fiammetta Soave, ter gelegenheid van hun huwelijk in 2005.Foto auteur.

Zijn liefde voor banden

Bij een tentoonstelling van kunstboekbanden in 1970 werden zijn ogen daarvoor geopend; de liefde voor de band is gebleven – nog in november vorig jaar hebben wij beiden genoten van enkele aanwinsten van de Wittockiana (ill. 3). In die tijd reisde Michel veel als exportverantwoordelijke voor het bedrijf van zijn vader, naar onder andere Londen, Parijs, Rome en New York. Hij wist de reizen altijd zo te plannen dat hij ook de tijd en de gelegenheid had om veilingen en antiquariaten te bezoeken. Telkens kwam hij thuis met een stapel fraaie en bijzonder gebonden boeken, vooral Italiaanse en Franse uit de periode van de Renaissance en Franse banden uit de zeventiende tot vroege negentiende eeuw. Zijn eerste vrouw en hij woonden toen in een groot huis aan de Julius Cesarlaan, waar de boeken geleidelijk overal kwamen te staan. Toen ook een doos werd neergezet in de speelkamer van hun kinderen vond Michels vrouw het genoeg geweest en hebben ze besloten een speciaal pand voor de collectie te laten bouwen in de diepe achtertuin van het huis, die uitkwam op de Bemelstraat.

Ill. 4. De gevel en de ingang van de Bibliotheca Wittockiana; in de voorgrond een boeksculptuur van het Duitse echtpaar Kubach-Wilmsen. Uit: Bibliotheca Wittockiana. [Door] Paul Culot. Pierre Loze, Annie De Coster, Paul Aron. Brussel 1996.

Het museum

De Bibliotheca Wittockiana, werd in september 1983 geopend. Het gebouw, één van de belangrijkste ontwerpen van Emmanuel de Callataÿ, maakt indruk door een ritmering van het gebruikte beton en grote brokken natuursteen, waarbij het als het ware is ingegraven in de aflopende tuin en de ingang op een grot lijkt (ill. 4). Binnen harmonieerden de strak fel rood gelakte kasten van de kluis en de raadzaal, met een Japanse uitstraling en ontworpen door Émile Veranneman, wonderwel met de banden die er lange tijd in stonden (ill. 5).

Ill. 5 De rood gelakte kasten in de kluis, zoals die vanuit de tentoonstellingszaal te zien zijn.
Uit: Bibliotheca Wittockiana. [Door] Pierre Sterckx. [Bruxelles, c. 1983].

Er waren normaliter drie tentoonstellingen per jaar en vriendelijke en kundige dames stonden de bezoeker te woord. Wie herinnert zich niet Annie De Coster, die helaas ook overleden is.

De tentoonstellingen en de catalogi

Michel Wittock zette meteen een programma op van tentoonstellingen op het gebied van de boekband en zorgde dat er ook catalogi bij verschenen. Een hele waaier aan onderwerpen kwam aan de orde. Ik geef een keuze: moderne Engelse banden en moderne Belgische, moderne banden in miniatuurformaat, Spaanse banden uit de late Middeleeuwen, Duitse Renaissance banden van en uit de omgeving van Jakob Krause, Belgische banden uit vijftiende tot de negentiende eeuw (driemaal), Franse en Italiaanse banden uit de Renaissance, banden van de achttiende- en negentiende-eeuwse firma Deflinne uit Doornik, Nederlandse banden uit de achttiende eeuw en Franse uit de periode van het Directoire de Empire en van de romantieke periode. Er waren ook vele solotentoonstellingen van bijvoorbeeld Pierre-Lucien Martin, Jo Delahaut, Liliane Gérard, Jean de Gonet, Otto Dorfner, Edgard Claes, Mechthild Lobisch en haar leerlingen en Berthe van Regemorter, alle voor het nageslacht vastgelegd in begeleidende catalogi. Diverse catalogi zijn zeer lijvig en werden standaardwerken. Ze zijn samengesteld door belangrijke kenners. Soms verschenen ze in de boekenreeks die Wittock had opgezet, Studia Bibliothecae Wittockianae en soms niet. Er waren ook tentoonstellingen waarin de boekband een ‘bijrol’ had, zoals die van werken van Pierre Lecuire, waarover later meer, en die van drukken van het Antwerpse uitgevershuis Moretus, opvolger van Plantin, waarvan vele in contemporaine Belgische banden.

Ontmoeting met Michel

Ik leerde Michel kort na de stichting van de Wittockiana kennen, toen hij mijn tentoonstelling ‘De meest opmerkelijke boekbanden uit eigen bezit’ bezocht, samen met Georges Colin, conservator aan de bevriende Belgische Koninklijke Bibliotheek, die ik al langer kende. Het was een vreugde om met twee zo verschillende experts door de tentoonstelling te lopen en hun commentaar te horen. Ik zie nog Michels vrij ronde gezicht voor me, met indringende donkere ogen en vriendelijke rimpeltjes in de hoeken, met zijn nogal geprononceerde neus en de brede mond waaromheen zo vaak een glimlach zweefde. Al snel werd me duidelijk dat deze minzame man gedreven werd door de liefde voor de band en het boek, en dat hij precies wist wat hij wilde, en in staat was de wegen te vinden om zijn doel te bereiken.

De wetenschappelijke raad

Een jaar later vroeg Michel me zitting te nemen in zijn wetenschappelijke raad. Wat een eer deel te mogen nemen aan gesprekken over het te voeren beleid te midden van beroemdheden op het gebied van het boek.

Toen waren het Herman Liebaers, directeur  van de Belgische Koninklijke Bibliotheek, Fred Adams, voormalig directeur van Pierpont Morgan Library te New York en voorzitter van de Association Internationale de Bibliophilie (AIB), Georges Colin, al genoemd, Jean Toulet en Antoine Coron beide als conservator verbonden aan de Réserve des Imprimés van de Bibliothèque Nationale de France, Paul Culot, ook van de Belgische Koninklijke Bibliotheek en een onvermoeibaar werker aan tentoonstellingen van Franse banden uit de late achttiende en vroege negentiende eeuw, Mirjam Foot, conservator bij de Department of Printed Books van de British Library, Claude Guérin van de Bibliothèque de l’Arsenal in Parijs, Anthony Hobson, dè kenner van Italiaanse en Franse banden uit de Renaissance, de Baron de Sadelaar, president van de Société Royale des Bibliophiles et Iconophiles de Belgique en Emile van der Vekene, conservator van de Réserve Précieuse van de Luxemburgse Bibliothèque Nationale, François Capon conservator aan de bibliotheek Jacques Doucet in Parijs, Ignace Vandevivere, hoogleraar aan de Katholieke Universiteit van Louvain-la-Neuve en Jean Warmoes, die verbonden was aan de Archives et Musée de la Littérature in Brussel. Door de jaren heen vielen sommige leden af en kwamen er andere bij. Daarvan noem ik alleen Elly Cockx-Indestege, toen conservator bij de gedrukte werken van de Belgische Koninklijke Bibliotheek, Kimball Brooker, voorzitter van de AIB, August Kulche, kunstboekbinder en stimulator van de moderne boekband en Helma Schaefer, toen als wetenschappelijke bibliothecaris verbonden aan de Deutsche Bücherei te Leipzig.

Eenmaal in het jaar kwamen al deze belangrijke mensen met vooraanstaande posities in de wereld van het bijzondere boek bijeen in de raadzaal van de Wittockiana om Michel bij te staan bij het bepalen van het beleid op het gebied van de tentoonstellingen en publicaties.

Ill. 6 Michel Wittock en de belangrijke Franse schrijver en uitgever van kunstenaarsboeken Pierre Lecuire.
Uit: Michel Wittock, Het fonds Michel Wittock; Van passie tot schenking. Vertaling Annie De Coster. Brussel 2011.

Contacten

De eerste bijeenkomst van de raad die ik bijwoonde vond plaats bij de opening van de tentoonstelling van boeken van Pierre Lecuire, een goede vriend van Michel (ill. 6). Pierre, een diplomaat was tevens een belangrijke Franse schrijver, uitgever en vormgever van bijzondere boeken, vaak op groot formaat, waarvan een deel in eigentijdse banden van beroemde Franse bindkunstenaars. Tijdens de receptie bij de opening van de tentoonstelling leerde ik Pierre beter kennen en er ontstond een vriendschap, die in 1986 heeft geleid tot een tentoonstelling van zijn werk in de Nederlandse Koninklijke Bibliotheek. De contacten met Michel hebben er later toe geleid dat mijn tentoonstelling van Nederlandse banden uit de achttiende eeuw in de Wittockiana gehouden kon worden. Met Anthony Hobson vonden er de eerste gesprekken plaats die in 1997 leidden tot een congres van de AIB in Nederland. De bijeenkomsten van de raad en de openingen van tentoonstellingen waren uitgelezen gelegenheden om mensen te leren kennen met een passie voor banden en met hen afspraken te maken.

De wedstrijden en tentoonstellingen in Macerata

Het is niet nodig hier in te gaan op de vele eervolle functies die Michel heeft bekleed in de wereld van het boek, zoals zijn bestuurslidmaatschap en later voorzitterschap van de prestigieuze Société des Bibliophiles et Iconophiles de Belgique en zijn lidmaatschap van een van de meest belangrijke bibliofiele organisaties in de wereld en de al genoemde AIB. Samen met Fiammetta Soave, die later zijn tweede vrouw zou worden, organiseerde hij een colloquium voor deze prestigieuze bibliofiele vereniging in Rome in 1992.

Het is echter goed stil te staan bij zijn voorzitterschap van de jury van twee door Antonio Toccaceli in Macerata (Italië) georganiseerde bindwedstrijden, omdat ik Michel daar in een wat andere hoedanigheid leerde kennen. Antonio en Michel, die van meet af aan betrokken was bij de organisatie, stelden zich ten doel voor deze wedstrijden niet alleen de mensen aan te trekken die geregeld aan wedstrijden meededen, maar ook diegenen die dat normaal niet deden, met name nogal bekende mensen die er de tijd niet voor willen nemen en het zich niet kunnen permitteren om eventueel niet tot de winnaars te behoren. De formule die ze vonden was even eenvoudig als vindingrijk: de jury kreeg tot taak 100 banden uit te kiezen die een mini-tentoonstelling zouden vormen in een tentoonstelling van alle banden. Er waren meer dan 600 inzendingen voor de eerste wedstrijd (1998), die het inbinden inhield van het prachtige Italiaanse gedicht ‘L’Infinito’ van Giacomo Leopardi, speciaal voor de gelegenheid uitgegeven in alle vertalingen die men ervan had kunnen vinden. Inderdaad zonden ook vele beroemde binders in. De internationale jury bestond uit zeven vooraanstaande conservatoren, verzamelaars en een binder uit allemaal verschillende landen. Ik denk niet dat Antonio, een uitstekend organisator maar vrij onbekend met de internationale wereld van de boekband, zonder Michel de prestigieuze jury had kunnen samenstellen of zoveel binders uit de hele wereld bereid zou hebben gevonden hun banden in te zenden.

Het was een kunststuk om binnen een week meer dan 600 banden correct te beoordelen, maar Michel en Antonio hadden er de oplossing op gevonden door de banden de jury stuk voor stuk te laten voorleggen, waarbij beoordeeld moest worden of een band zeker tot de honderd moest behoren, zeker niet of dat hij nader bestudeerd moest worden. Voor een jury van mensen met een heel verschillende invalshoek – iedereen weet hoe verschillend de Fransen en de Engelsen tegenover de band staan – was het belangrijk formules te vinden die het mogelijk maakten om er in goede harmonie uit te komen. Daar was Michel bij uitstek geschikt voor. Uiteindelijk zorgde de hoge kwaliteit van de banden ervoor dat de jury bij een keuze van 125 bleef steken. Na enig overleg kon die hoeveelheid voor de tentoonstelling worden overgenomen. Een deel van de jury, waaronder Michel, kwam later opnieuw in Macerata bijeen om Antonio te helpen bij het inrichten van de tentoonstelling.

Het tweede, vergelijkbare project (2002) betrof het ontroerende ‘Cantico delle Creature’ van Franciscus van Assisi, waarvoor tegen de 1000 banden werden ingezonden en waarvan een deel in Macerata werd tentoongesteld en een deel in Assisi. Er was een jury van tien belangrijke bandenkenners, binders en bibliofielen uit zeven verschillende landen. Opnieuw toonde Michel zijn vermogen om de verschillende opvattingen die er nu eenmaal zijn in een harmonieus geheel samen te brengen en opnieuw hielp hij mee bij het inrichten van de tentoonstellingen.

Ill. 7 Een band in kalfsleer, bestempeld en gekleurd en gemaakt voor Jean Grolier door Jean Picard, Parijs, c. 1545. Om: Albertus Pighius, Hierarchiae ecclesiasticae assertio […]. Keulen: M. Novesianus, 1544. Geveild bij Christie’s Parijs in 2005.
Foto Wittockiana.

De grote ommekeer

Aan het begin van de 21ste eeuw begon Michel zich te realiseren dat de Wittockiana als privé-instelling geen recht van bestaan zou hebben als hij er ooit niet meer was. Ook wilde hij dat zijn kinderen, die geen specifieke belangstelling hadden voor de boekband, konden profiteren van de financiën die nu vastgelegd lagen in boeken. Grote delen van de verzameling werden afgestoten. De eerste vier veilingen vonden plaats bij Christie’s te Parijs, van vooral belangrijke Renaissance banden in juli 2004, van Franse banden uit de zeventiende en achttiende eeuw in november van dat jaar, van Franse banden uit de Renaissance, waaronder een van zijn mooiste Grolier banden (ill. 7), in oktober 2005 en van tenslotte Franse banden uit de periode c. 1880 tot het einde van de twintigste eeuw in mei 2011. Daarbij werd ook Michel’s onvergelijkelijk fraaie exemplaar verkocht van Description de l’Égypte, gedrukt in de Keizerlijke drukkerij (1809-1813) in 9 folio delen tekst, 10 delen platen in atlas formaat, een deel in een groter formaat en 3 platen delen in nog groter formaat, dat alles gestoken in luxueuze banden van Jean-Joseph Tessier en opgeborgen in een originele Empire kast met lessenaar. Het ging me aan het hart dat fantastische stuk niet langer te kunnen zien in de raadzaal (ill. 8).

Ill. 8 De Empire kast met het exemplaar van Description de l’Égypte, gedrukt in de Keizerlijke drukkerij (1809-1813), in luxebanden van Jean-Joseph Tessier. Geveild bij Christie’s Parijs in 2011.
Uit: Bibliotheca Wittockiana. [Door] Paul Culot. Pierre Loze, Annie De Coster, Paul Aron. Brussel 1996.

Michel was ontevreden geworden over Christie’s en verwisselde het huis met dat van Alde te Parijs. Franse banden uit de late achttiende tot de late negentiende eeuw kwamen in 2013 aan bod, een overzicht van Franse banden uit de vroege zestiende eeuw tot de late twintigste in 2015 en een vergelijkbaar overzicht van Italiaanse en Franse banden in 2017. Welke bibliofiel kan bogen op maar liefst zeven veilingen van zo goed als uitsluitend boekbanden uit Italië en Frankrijk?

Intussen was het vele dat overgebleven was ondergebracht in de Koning Boudewijn Stichting, waarmee het veilig was gesteld voor de natie, en was het gebouw ook overgedragen. Het overzicht van het werk van Berthe van Regemorter, in 2014 samengesteld door Elly Cockx-Indestege, was de laatste grote bandententoonstelling. In de nieuwe constructie, met een nieuwe wetenschappelijke raad, kon het museum zich niet langer richten op de boekband, maar werd het beleid omgebogen naar de moderne Belgische boekkunst. De grote tentoonstelling beneden hadden en hebben niets meer met banden te maken, maar de vitrines in de door zoon Charlie Wittock ontworpen bovenverdieping herbergen nog regelmatig kleinere tentoonstellingen van moderne banden. De leeszaal met een gigantische handbibliotheek op gebied van de boekband – menig deel gestoken in ‘revorim’ banden van Jean de Gonet – bevindt zich daar ook.

Ook al is Michel er zelf niet meer, de vele catalogi en andere publicaties blijven, evenals de herinnering aan al die fantastische manifestaties. Samen met het gebouw, de handbibliotheek en de vele moderne banden die het herbergt leggen zij een blijvend getuigenis af van de passie van een gedreven mens.

Opening ‘De vos Reynaerde te kijk gezet in 64 boekbanden’

Door Jan Bosch en Astrid Beckers – 20 mei 2020.

Zaterdag 29 februari jl. stond in het teken van het middeleeuwse boek. Ter ere van de opening van de tentoonstelling ‘De vos Reynaerde te kijk gezet in 64 boekbanden’ organiseerde Stichting Handboekbinden een mini-symposium over het middeleeuwse boek.

Op de drempel van de 85ste Boekenweek opende de Stichting Handboekbinden een grootse boekbindersexpositie. 62 boekbinders – waaronder elf leden van het BNB – hebben de boekband van het dertiende-eeuwse dierenepos Van den vos Reynaerde op een nieuwe, unieke wijze vormgegeven. Twee boekbinders hebben zelfs twee – uiteraard verschillende – boekbanden gemaakt. Alle boeken hebben exact dezelfde inhoud, maar ieder boek heeft een bijzondere, met de hand gemaakte boekband. Deze 64 handgebonden boeken worden, naast enkele bijzondere historische replica’s en originele uitgaven, tot 15 augustus 2020 tentoongesteld in de Athenaeumbibliotheek in Deventer. Na de expositie in Deventer verhuizen de boekbanden naar Sint-Niklaas, de bakermat van de vos Reynaerde, voor een expositie in de stadsbibliotheek.

Mini-symposium ‘Het middeleeuwse boek’

dr. Rik van Daele

Voor het mini-symposium waren 70 belangstellenden uitgenodigd in de Openbare Bibliotheek Deventer. Dr. Rik Van Daele, directeur Cultuur van de stad Sint-Niklaas, secretaris van het Reynaertgenootschap en tevens hoofdredacteur van het genootschaps jaarboek Tiecelijn, opende de serie lezingen met een wervelende presentatie, waarbij de vele slides soms de indruk van een film wekten. Hij liet zien hoe ook anno 2020 het Reynaertverhaal nog steeds actueel is. Een verhaal over het beestachtige in de mens, over de kracht van de taal, over de leugen, de hypocrisie, de corruptie en fake news.

drs. Astrid Beckers

Daarna liet drs. Astrid Beckers, eigenaar van handboekbinderij en onderzoeksburo Atelier Libri, een twintigtal bijzondere boekvormen van vóór 1600 zien. Hoewel ook in de middeleeuwen de meeste boeken rechthoekig van vorm zijn, bestaan er meerdere prachtige uitzonderingen. Zij toonde onder andere hartvormige, ovale, ronde (w.o. de Codex Rotundus, Brugge 1490, Dombibliotheek Hildesheim Hs 728) en fleur-de-lis boeken. Tevens ging ze in het op maakproces en liet ze zien of en hoe er vooraf door de kopiist of verluchter rekening gehouden was met de afwijkende vorm die het boek zou krijgen.

prof. em. dr. Jos Biemans

De key-note lezing werd gehouden door  prof. em. dr. Jos Biemans, sinds 1974 actief met middeleeuwse boeken. Als adjunct-conservator van de universiteitsbibliotheek te Leiden en conservator van de universiteitsbibliotheek (UvA) teAmsterdam was hij betrokken bij behoud en beheer van vele middeleeuwse boeken. En als docent en bijzonder hoogleraar in de handschriftenkunde (de geschiedenis van het handgeschreven boek tussen 500 en 1500) aan de Universiteit van Amsterdam onderzoekt hij naast de inhoud vooral de uiterlijke vormen van de handschriften. In zijn lezing met als titel “Eenheid in verscheidenheid” ging hij in op de materialiteit van het boek. Net als nu het geval is, kende men in de middeleeuwen verschillende soorten boeken. Groot en klein, dik en dun, eenvoudig en rijk versierd, met teksten in de geleerdentalen zoals Latijn, Grieks, Hebreeuws en Arabisch alsook met werken in de diverse volkstalen. Net als nu waren boeken het resultaat van vormgeving. Meestal beantwoordde hun vorm aan de heersende conventies, soms was de vorm bijzonder. Altijd zal de boekhistoricus proberen om de vorm te begrijpen. Dat levert niet alleen kennis op voor de geschiedenis van het middeleeuwse boek maar ook voor de praktijk van conservering en restauratie.

Opening tentoonstelling

Na de informatieve lezingen was het tijd om ons richting de opening van de tentoonstelling te begeven. De korte wandeling van de Openbare Bibliotheek naar de Athenaeumbibliotheek was een aangename activiteit na een paar uur – evenzo aangenaam – binnen te hebben gezeten.

Opening door Klaas Toet

In de ontvangsthal van de Athenaeumbibliotheek waren de overige genodigden voor de opening al aanwezig. Met ons grote aantal was de hal snel vol en kreeg Klaas Toet, bestuurslid van de Stichting Handboekbinden, het woord voor de opening. In zijn toespraak schetste hij de manier waarop het Reynaerde-project tot stand is gekomen en bedankte hij de vele vrijwilligers die aan het project hebben meegewerkt.  

Als ludieke openingsact was het muzikaal vertel trio ‘Losse tongen’ onder leiding van Agnes Leyen (tevens een van de deelnemende boekbinders) uitgenodigd. Zij hadden een eigen versie van het Reynaerde verhaal op muziek gezet.

Hierna mocht iedereen de tentoonstelling gaan bekijken. Onder het genot van een hapje en een drankje werden de vele banden bekeken en besproken. De catalogi gingen als warme broodjes over de toonbank. Het was een uiterst geslaagde dag.

Bezoeken van de tentoonstelling

Voor wie de banden zelf wil zien, kan nog tot 15 augustus 2020 terecht in de Athenaeumbibliotheek in Deventer. Op dit moment is het nog niet geheel duidelijk wanneer de expositie zaal ten gevolge van de corona maatregelingen weer open gaat voor het publiek. Neem daarom vooraf contact op met de Athenaeumbibliotheek (tel 0570-675700) of kijk op de website.
Daarna verhuist de tentoonstelling naar de Openbare Bibliotheek in Sint-Niklaas (B.) waar de banden van 22 augustus tot 27 september 2020 te bezichtigen zijn.

Catalogus

Bij de tentoonstelling is een fraaie kleuren catalogus uitgebracht. Naast foto´s en beschrijvingen van alle ingezonden boekbanden, bevat het eveneens een artikel over kenmerken, bindwijzen en gebruik van het middeleeuwse boek van de hand van Henk Francino en een bijdrage over de populariteit van het middeleeuwse verhaal Van den vos Reynaerde van Rik Van Daele. De kosten voor de catalogus, inclusief verzending, bedragen €24,50.
De catalogus is te bestellen door het sturen van een e-mail aan Klaas Toet (klaas.toet@ziggo.nl).

Ook de losse katernen van Van den vos Reynaerde zijn nog leverbaar. De kosten hiervan, inclusief verzending, bedragen €32,50. Ook deze zijn te bestellen bij Klaas Toet (klaas.toet@ziggo.nl).

Foto-impressie van de opening

klik op de foto’s voor een vergroting. Foto’s: Jos Biemans en Astrid Beckers.

Boekbanden van de elf leden van het BNB

Klik op de foto’s voor een vergroting. Fotograaf: Jan Aldershof. Met dank aan Stichting Handboekbinden voor het ter beschikking stellen van deze foto’s.

Een bijzonder vodje

Tekst en fotografie: Astrid Beckers – 11 mei 2020.

Meestal krijgen boeken aandacht voor hun band omdat deze mooi is: zeldzame materialen, mooie stempeling, blind- of gouddruk, kleurenspel, handwerk van uitermate hoog niveau.
Maar voor deze bijdrage wil ik u graag voorstellen aan een boekje dat klein, dun en vies is. Er is absoluut geen sprake van boekbindvakmanschap, er is zelfs – met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid – geen professionele boekbinder aan te pas gekomen. Voor het ongeoefende oog is het boekje niet meer dan een 400 jaar oud vodje. En ik vind het prachtig.

Voorplat van het Zielboek, NL_NmRAN_375-4080

Het boekje uit 1590 bevindt zich in het Regionaal Archief Nijmegen in het archief van het Kapittel van de Sint Stevenskerk van Nijmegen (NL_NmRAN_375-4080). Het bevat zowel een register van huwelijksafkondigingen als het zielboek, een register van overledenen voor wie in de kerk gebeden werd. In de literatuur wordt dit boekje kortweg aangeduid als het Zielboek, hetgeen ik hier ook zal doen.

Het Zielboek is maar één katern groot en telt vier dubbelbladen. De omslag van perkament is er rechtstreeks aan vastgenaaid met een paar steken. Wat de omslag zo bijzonder maakt, is dat het maculatuur is, hergebruikt perkament. In dit geval een bladzijde uit de ‘canon medicinea’. Deze medische encyclopedie was een flink stuk groter dan het zielboek. Om een omslag te maken voor dit kwarto-boekje is maar één bladzijde uit de encyclopedie nodig geweest, dat liggend is gebruikt. Deze bladzijde was groot genoeg voor de omslag, inclusief inslagen aan de bovenzijde en de frontzijde voor. Tevens is er nog een klein overslagje gemaakt vanaf de achterzijde met ook een inslag.

Naaisel van het Zielboek, NL_NmRAN_375-4080
Binnenzijde van het voorplat van het Zielboek, NL_NmRAN_375-4080

Gezien de vele notities die in de marges van de medische tekst zijn geschreven in verschillende handen, is het handschrift ooit intensief gebruikt. Maar toch is het afgedankt en door iemand in de kerk gebruikt om dit ene katern met maar acht bladen in te bevestigen. Is er een nieuwe, gedrukte versie verschenen waardoor dit oude handschrift niet meer nodig was? De medische wetenschap was volop in beweging in de 16e eeuw, dus het is niet verwonderlijk dat oude handschriften werden vervangen door moderne drukwerken.

Buitenzijde van de omslag van het Zielboek, voor zover als mogelijk is opengeslagen. Duidelijk zichtbaar is de pagina opmaak en de aantekeningen in diverse handen. NL_NmRAN_375-4080

Wat wel verwonderlijk is, is hoe een bladzijde uit een medische encyclopedie in de kerk eindigt. Het lijkt niet aannemelijk dat het boek daar in gebruik was. Zou de kapelaan wellicht bij de plaatselijke boekbinder om een stukje van het goedkoopste perkament gevraagd hebben? En heeft de boekbinder van een arts deze afgedankte encyclopedie voor een prikkie kunnen kopen om het perkament en wellicht ook de band te hergebruiken en heeft hij de kapelaan blij gemaakt met een bladzijde hieruit? Zeker zullen we het nooit weten….

Voorplat NL_NmRAN_375-4062

Het Zielboek is niet het enige voorbeeld van het gebruik van oude bladzijdes als omslagje bij de Sint Stevenskerk. Bij een ander kwarto boekje uit hetzelfde Kapittelarchief is ook maculatuur gebruikt als omslag (NL_NmRAN_375-4062). Het betreft een 16 folio tellend registertje van pacht-, verkoop-, verhuur- en andere contracten van de Sint Stevenskerk, betreffende de jaren 1543 en 1551 tot en met 1559. Achterin is een korte lijst van eigendom- en schuldbrieven waarin ook andere posten van inkomsten en uitgaven der Sint Stevenskerk zijn opgenomen.  De zes katernen van elk twee dubbelbladen zijn, net als bij het Zielboek, rechtstreeks genaaid aan de omslag met wit linnen garen. De omslag is een grote bladzijde uit een nog niet geïdentificeerd boek, maar het bevat naast Latijnse tekst ook muziekstukken. Ook hier lijkt de hele bladzijde te zijn gebruikt, en was er nog net genoeg over om aan de kopzijde een inslag te maken. Er is geen overslag.  

Binnenzijde voorplat NL_NmRAN_375-4062

Ik heb tot op heden zeven gebonden archiefstukken onderzocht uit het Sint Stevenskerk archief, en zes daarvan hebben maculatuur als omslag (zoals deze twee boekjes) of als schutbladen. Het betreft hier zowel bladzijden uit boeken als oude brieven en oorkondes. Nader onderzoek naar andere stukken uit dit archief kunnen wellicht meer duidelijkheid geven over de mate van hergebruik van perkamenten stukken door de mensen in de Sint Stevenskerk. Maar de tot op heden onderzochte zeven boeken geven in ieder geval aan dat het gebruik van maculatuur zeker niet zeldzaam was.

Tentoonstelling: “De vos Reynaarde te kijk gezet in 64 boekbanden”

Afbeelding: © Wim de Cock, Zwijndrecht (België)

door Jan Bosch – 17 januari 2020.

In het kader van het thema “Middeleeuwen” hebben 64 boekbinders van de stichting Handboekbinden het boek Van den vos Reynaerde gebonden; soms op de traditionele middeleeuwse manier, vaak ook met een knipoog naar de Middeleeuwen door gebruik te maken van eigentijdse materialen en nieuwe technieken. De boeken worden geëxposeerd in Deventer en Sint-Niklaas.

De tentoonstelling in Deventer wordt gehouden in samenwerking met de bibliotheek Deventer op de locatie van de Atheneum bibliotheek  van 2 maart t/m 5 mei 2019. De Atheneum bibliotheek is de oudste stadsbibliotheek in Nederland, gesticht in 1560  na aankoop door het stadsbestuur van het boekenbezit van de kort daarvoor overleden pastoor  Phoconius voor 102,5 goudgulden. De feestelijk opening met onder meer een  muzikale bijdrage over de vos Reynaerde door het verteltrio “Losse Tongen” vindt plaats op zaterdag 29 februari om 16.00 uur. U kunt zich opgeven voor deze opening door het sturen van een mail aan klaastoet@stichting-handboekbinden.eu o.v.v. naam, adres, aantal personen en “opening tentoonstelling 29 februari 2020”   

Na de expositie in Deventer verhuizen de boekbanden naar Sint-Niklaas, de bakermat van de vos Reynaerde. De tentoonstelling in België wordt gehouden in samenwerking met de Bibliotheek Sint-Niklaas, de Bibliotheca Wasiana en het Reynaartgenootschap. Naast de ingezonden boekbanden, zullen ook ingebonden reynaerdiana uit de collecties van de Wasiana, het Reynaertgenootschap en enkele privécollecties worden getoond. De tentoonstelling in de Bib Sint-Niklaas vindt plaats van zaterdag 22 augustus t/m zondag 27 september 2020.

Voor het Belgisch-Nederlands Boekbandengenootschap is dit nog een extra bijzondere tentoonstelling omdat tien van de 64 deelnemers lid van ons zijn. 

Informatie:

Tentoonstelling Atheneum Bibliotheek Deventer – 2 maart t/m 5 mei 2020

Openingstijden:
maandag    13.00 -17.00 uur
dinsdag      09.00 -17.00 uur
donderdag 13.00 – 17.00 uur
vrijdag        13.00 -17.00 uur
Adres:  Klooster 12, 7411NH Deventer

Tentoonstelling Bibliotheek Sint-Niklaas – 22 augustus t/m 27 september 2020

Openingstijden:
dinsdag t/m vrijdag van 10.00 tot 19.00 uur
zaterdag en zondag van 09.30 tot 12.30 uur
Adres: Hendrik Heymanplein 3, 9100 Sint-Niklaas