BNB Publicaties

BNB Publicaties

 

Publicaties van het Boekbandengenootschap

In chronologische volgorde:

  • E. Cockx-Indestege en J. Storm van Leeuwen, m.m.v. W.G.H. Barends, W. van Dongen, J.M.M. Hermans en R. Top, ‘Boekbandstempels. Systeem voor het ordenen van wrijfsels’, Archives et bibliothèques de Belgique / Archief- en bibliotheekwezen in België 62 (1991) 1-98.
  • W.K. Gnirrep, J.P. Gumbert en J.A. Szirmai, Kneep en binding. Een terminologie voor de beschrijving van de constructies van oude boekbanden (Den Haag 1992).
  • E. Cockx-Indestege, C. Greven, H. Porck en J. Storm van Leeuwen, Sierpapier & marmering. Een terminologie voor het beschrijven van sierpapier en marmering als boekbandversiering (Den Haag/Brussel 1994).
  • G. Gerritsen-Geywitz, A.J. Geurts, H.M. Hülsmann en J. Storm van Leeuwen, Leidraad bij het beschrijven van een boekband. Archives et Bibliothèques de Belgique numéro spécial 67 / Archief- en Bibliotheekwezen in België extranummer 67 (Bruxelles/Brussel 2002).
  • E. Cockx-Indestege en J.M.M. Hermans, m.m.v. G. Adler en J. Storm van Leeuwen, Sluitwerk. Bijdrage tot de terminologie van de boekband. Archives et Bibliothèques de Belgique numéro spécial 71 / Archief- en Bibliotheekwezen in België extranummer 71 (Bruxelles/Brussel 2004).
  • Door banden verbonden; bundel ter herinnering aan het afscheid van dr Jan Storm van Leeuwen van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. E. Cockx-Indestege, A. Geurts en J. M.M. Hermans ed. (Amsterdam 2007).
  • E. Cockx-Indestege en J. Storm van Leeuwen, m.m.v. R. Arpots en Jos.M.M. Hermans, Spespaneel en drakenstempel. Terminologie voor de boekbandversiering (Nijmegen 2011).

[terug naar boven]

 

Publicaties over het Boekbandengenootschap

In chronologische volgorde:

  • J. Storm van Leeuwen, ‘Het Boekbandengenootschap: doelstellingen en activiteiten’, in: J.M.M. Hermans ed., Middeleeuwse handschriftenkunde in de Nederlanden 1988. Verslag van de Groningse Codicologendagen 28-29 april 1988. Nijmeegse Codicologische Cahiers 10-12 (Grave 1989) 331-334.
  • J. Storm van Leeuwen, ‘Het Belgisch-Nederlands Bandengenootschap’, in: J.M.M. Hermans en K. van der Hoek (eds), Boeken in de late Middeleeuwen. Verslag van de Groningse Codicologendagen 1992. Boekhistorische Reeks III (Groningen 1992) 351-358.
  • J. Storm van Leeuwen, ‘Läufende Einbandprojekte der Belgisch-niederländischen Bucheinband-Gesellschaft, insbesondere auf dem Gebiet der Terminologie’ in: Inkunabel- und Einbandkunde. Beiträge des Symposions zu Ehren von Max Joseph Husung am 17. Und 18. Mai 1995 in Helmstedt. Bibliothek und Wissenschaft 29 (Wiesbaden 1996) 312-326.
  • A.J. Geurts, ‘The Belgian-Dutch Bindings Society (Belgisch-Nederlands Bandengenootschap)’ in: A.M.W. As-Vijvers, J.M.M. Hermans en G.C. Huisman ed., Manuscript Studies in the Low Countries. Proceedings of the ‘Groninger Codicologendagen’ in Friesland, 2002. Boekhistorische Reeks III (Groningen/Leeuwarden 2008) 273-282.
  • A. Geurts, ‘Zum Nutzen der Einbandkunde und zur Liebe des Buchs. 25 Jahre Belgisch-Niederländische Einband-Gesellschaft‘, Einbandforschung. Informationsblatt des Arbeitskreises für die Erfassung, Erschließung und Erhaltung Historischer Bucheinbände, Heft 25 (Oktober 2009) 10-18.
  • J. Storm van Leeuwen, ‘Vijfentwintig jaar Bandengenootschap’, De Gulden Passer. Tijdschrift voor boekwetenschap 87 (2009) 141-143.
  • E. Cockx-Indestege, ‘L’Association belgo-néerlandaise pour l’étude de la reliure: Vingt-cinq ans d’activité’, Archives et Bibliothèques de Belgique / Archief- en Bibliotheekwezen in België 80 (2009) 203-207.

[terug naar boven]

 

Verslagen van Boekbandengenootschap Symposia

 

Verslag van de toogdag “Boekbanden uit de Universiteitsbibliotheek Tilburg op 12 juni 2015

Noël heet 23 deelnemers welkom. Hij memoreert dat de bijeenkomst is voorbereid door Emy Thorissen, conservator Oude en Bijzondere Collecties. Zij is bij haar werkzaamheden bijgestaan door Robert Arports en Jan Storm van Leeuwen. Hij dankt hen allen voor de inzet om in de weinig bekende oude collecties van de Tilburgse universiteit interessante boekbanden op te sporen, deze een eerste ontsluiting te geven en de bereidheid vanmiddag de leden van het genootschap en zijn gasten in de opgedane kennis te laten delen.

Als eerste krijgt Emy Thorissen het woord. Zij geeft een globaal overzicht van de twee collecties die ze onder haar hoede heeft: de Brabant-Collectie (waarvan de oorsprong teruggaat op het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en die sinds 1986 wordt beheerd in de UB Tilburg) en de Collectie Theologie van de Universiteit van Tilburg (waarin o.a. boeken van het voormalige Grootseminarie Haaren en van de Minderbroeders-Kapucijnen zijn opgenomen). In de Brabant-Collectie zijn cartografie, Brabantse drukken en Brabantse fotografen speerpunten; zie: www.brabantcollectie.nl. Van een aantal interessante boekbanden uit genoemde collecties worden door de inleidster afbeeldingen getoond en toegelicht. Zij heeft deze banden ook gepresenteerd in een recent artikel: E. Thorissen, ‘Bijzondere Brabantse boekbanden’, In Brabant. Tijdschrift voor Brabants heem en erfgoed 5 (2015) nr. 2 (juni) 32-43. Voor toogdagdeelnemers die interesse hebben in deze publicatie heeft Emy een exemplaar beschikbaar.

Tweede inleider is Robert Arpots. Hij vraagt aandacht voor zestiende-eeuwse rol- en plaatstempelbanden in de UB Tilburg. Soortgelijke banden in de UB Nijmegen heeft hij in tijd en ruimte kunnen plaatsen met behulp van de Einbanddatenbank (EBDB). Hij demonstreert aan de hand van vier Tilburgse banden, die gedateerd kunnen worden in 1574, 1575, 1599 en 1607, hoe de EBDB behulpzaam kan zijn bij boekbandenonderzoek. Een levendige gedachtewisseling met de aanwezigen doorspekt zijn lezing.

Omdat beide voordrachten behoorlijk veel tijd opeisen, wordt de voorziene presentatie van Charles Caspar achterwege gelaten. Deze inleider is trouwens zelf niet aanwezig, zodat Emy of Robert de tekst van zijn korte presentatie hadden moeten voorlezen. Het lijkt de voorzitter meer zinvol indien wordt overgegaan tot het bekijken van de boekbanden die inmiddels uit de depots zijn aangerukt.

Jan Storm van Leeuwen neemt op zich om de verschillende ‘soorten’ banden, die op maar liefst zes grote tafels zijn uitgestald,  kort toe te lichten. Hij schenkt aandacht aan de verschillende materialen, bindtechnieken en decoratiewijzen van middeleeuwse en zestiende-eeuwse banden, wijst op de sier- en brokaatpapieren van achttiende- en negentiende-eeuwse banden, attendeert op uitgeversbanden en vraagt aandacht voor fraaie exemplaren uit de kinderboekencollectie Buijnsters-Smets. Er vinden levendige discussies plaats tussen de aanwezigen.

Om 16.45 uur spreekt Noël nogmaals zijn erkentelijkheid uit voor het werk dat de voorbereiders van de toogmiddag hebben verzet. Hij dankt de deelnemers aan de bijeenkomst voor de getoonde belangstelling. Emy ontvangt als gastvrouw een tastbare blijk van waardering: een kleurrijk boeket, dat de voorzitter eigenhandig na een stevige voettocht langs Tilburgs dreven heeft weten te bemachtigen.

Op het Weblog van de Brabant-Collectie is een verslag met foto’s van de toogbijeenkomst verschenen.
Korte berichten over de toogdag en de expositie ‘Bijzondere Brabantse Boekbanden’ zijn te vinden in de Nieuwsbrief Brabant-Collectie van 8 juli 2015.

[terug naar boven]

 

Verslag van het minisymposium “Feestelijke boekbanden uit de vorige eeuw” gehouden in de Universiteitsbibliotheek Nijmegen op 31 januari 2014

De tentoonstelling ‘Gedenken in feestkleed. Gedenkboeken 1899-2011’, die sinds 10 oktober 2013 in de Universiteitsbibliotheek te Nijmegen te zien is, vormde voor het bestuur van het Belgisch-Nederlands Boekbandengenootschap de aanleiding om een mini-symposium te organiseren over het uiterlijk aanzien van twintigste-eeuwse feestboeken. Het was nadrukkelijk de bedoeling om zowel aandacht te vragen voor interessante uitgeversbanden – die in de expositie centraal staan – als voor unieke handboekbanden. Met 51 deelnemers, zowel leden van het Boekbandengenootschap als andere belangstellenden, mag gerust worden gezegd dat er niet alleen bij de organisatoren van het minisymposium interesse bestond voor een groep boekbanden die tot nu toe nog weinig in de schijnwerpers heeft gestaan.

In een van de zalen van de Universiteitsbibliotheek opende Noël Geirnaert, voorzitter van het Belgisch-Nederlands Boekbandengenootschap, de conferentie met een welkomstwoord. Hij toonde zich verheugd dat de bibliotheek besloten had de expositie nog met een maand te verlengen. Zodoende was het minisymposium niet de ‘finissage’ van de bandenpresentatie, maar slechts een halte op weg naar nieuwe belangstellenden.

Eerste spreker was Rens Top, beheerder van de collectie boekbanden van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Hij besprak een aantal bijzondere handboekbanden rond jubileumboeken uit de tweede helft van de negentiende en het eerste kwart van de twintigste eeuw. Ze bevinden zich alle in de collectie die hij beheert en ze onderscheiden zich door materiaalgebruik, decoratie en het feit dat bekende binders en ontwerpers ermee in verband gebracht kunnen worden. Rens besteedde veel aandacht aan de context waarin de boekbanden tot stand gekomen zijn.

Daarna nam Robert Arpots, conservator van de Nijmeegse Universiteitsbibliotheek het woord. Hij deed uitvoerig verslag van zijn speurtocht naar gedenkboeken in de collecties welke in ‘zijn’ bibliotheek zijn ondergebracht. Ook vertelde hij over de totstandkoming van de expositie, waarin het accent geleidelijk meer is komen te liggen op de boekband dan op het gedenkboek als bron van lokale (instellings)geschiedenis. Interessant is Roberts stricte opvatting over gedenkboeken. Boeken die kunnen worden aangemerkt als geschiedschrijving, die aan één persoon zijn opgehangen of die een gebeurtenis herdenken heeft hij niet als gedenkboeken willen aanmerken. Omdat anderen er een ruimere interpretatie op na houden, is in de Nijmeegse expositie echter niet geschroomd ook enkele ‘afgevallenen’ op te nemen.

Derde spreker was handboekbindster Pau Groenendijk. Onder de titel ‘Gedenkboeken – Bedankboeken ’ besprak ze het vormgeven van een aantal recente vriendenboeken. Uiteenlopende wensen van de opdrachtgevers en de creativiteit van de maker bleken tot verrassende resultaten te hebben geleid. Voor Pau zijn gedenkboeken trouwens bij uitstek werken die gerelateerd kunnen worden aan personen.

Elizabet Nijhoff Asser vroeg in haar voordracht aandacht voor de boekbandconstructies van gedenkboeken in albumvorm. Ze besteedde aandacht aan de technische aspecten van een album, aan de terminologie en aan de banddecoratie. De voorbeelden die ze in haar powerpoint toonde waren afkomstig uit de collecties van het Tropenmuseum in Amsterdam, het Volkenkundig Museum in Leiden en de collectie van keizer Wilhelm II in Doorn.

Het symposium werd afgesloten met een inleiding op de tentoonstelling ‘Gedenken in feestkleed’ door Jan Storm van Leeuwen. Hij ging in zijn betoog vooral in op de relatie tussen boekinhoud en bandontwerp en constateerde dat pas tegen het einde van de negentiende eeuw voor het eerst afbeeldingen op de band voorkomen die met de inhoud van het gebonden werk in verband kunnen worden gebracht. Bestudering van negentiende- en twintigste-eeuwse uitgeversbanden heeft hem tal van andere inzichten opgeleverd, welke deels terug te vinden zijn in de tentoonstellingscatalogus: J. Storm van Leeuwen i.s.m. R. Arpots, Gedenken in feestkleed. Gedenkboeken 1899-2011 (Nijmegen 2013). Een van die inzichten betreft het feit dat de versiering van banden om religieuze boeken, reisboeken, kinderboeken en literaire werken zodanige verschillen vertoont dat er sprake is van aparte categorieën. Jan memoreerde tenslotte de uitstekende samenwerking met allen die bij de samenstelling van de expositie betrokken waren, in het bijzonder Robert Arpots.

Noël dankte aan het einde van de middag de inleiders voor hun interessante beschouwingen en de Nijmeegse Universiteitsbibliotheek voor de genoten gastvrijheid. Alle deelnemers aan het symposium werden uitgenodigd om in het souterrain van de bibliotheek de tentoonstelling te gaan  bekijken. Onder het genot van alcoholisch of verfrissend drankje kon daar ook nog worden nagepraat.

[terug naar boven]

 

Verslag van het minisymposium “Bijzondere gewone archiefbanden: constructie en gebruik” gehouden in het Stadarchief Amsterdam op 12 november 2012

Nadat in 2009 het Brugse Stadsarchief was bezocht, besteedde het Boekbandengenootschap op 12 november 2012 in een middagsymposium voor de tweede maal aandacht aan archiefbanden. Locatie van deze conferentie was het Stads Archief Amsterdam. Maar liefst 72 personen – 19 leden en 53 niet-leden (vooral restauratoren) – hadden zich aangemeld. Deze grote belangstelling maakte de conferentie tot één van de meest succesvolle die het genootschap tot nu toe heeft georganiseerd. De voorbereiding van het minisymposium lag in handen van Wineke Meeuws en Marijn de Valk. Het dagvoorzitterschap werd waargenomen door André Geurts, bestuurslid van het Belgisch-Nederlands Boekbandengenootschap.

De deelnemers verzamelden zich in de Filmzaal van het Stadsarchief. Na een welkomstwoord van Marens Engelhard, directeur van het Stadsarchief Amsterdam, hield Wineke Meeuws de eerste voordracht. Deze presentatie was bedoeld als een introductie op het minisymposium. Ze stelde in haar betoog de term ‘archiefband’ ter discussie. Marijn de Valk vertelde vervolgens over haar onderzoek van de perkamenten banden in het Amsterdamse burgemeestersarchief en betrok daar ook haar bandenonderzoek in het Zeeuws Archief te Middelburg bij. Hierna was er gelegenheid om in de Studiezaal Originelen een grote hoeveelheid ingebonden archivalia te bekijken. Medewerkers van het Stadsarchief en enkele restauratoren waren bereid vragen over de getoonde stukken te beantwoorden.

Na een korte koffie- en theepauze werd in de Filmzaal het lezingenprogramma voortgezet. Elizabet Nijhoff Asser gaf een inkijkje in het restauratieproject van de grootboeken van de Amsterdamse wisselbank. Jochem Kamps presenteerde vervolgens een aantal dilemma’s rond de conservering en restauratie van het omvangrijke Amsterdams Notarieel Archief. De laatste lezing was gewijd aan door waterschade aangetaste negentiende-eeuwse archivalia in het Regionaal Historisch Centrum Zuidoost-Utrecht in Wijk bij Duurstede. Hilde Schalkx en Maaike Heemskerk vertelden over hun ervaringen met de conservering van deze stukken.

Het slotwoord van het minisymposium was voor Jan Storm van Leeuwen, bestuurslid en oud-voorzitter van het Belgisch-Nederlands Boekbandengenootschap. Hij dankte de inleiders, de organisatoren, de medewerkers van het Stadsarchief Amsterdam (waaronder met name Janien Kemp en Christina Duran) en het publiek. Hij reikte enkele attenties uit en riep belangstellenden op een lidmaatschap van het Boekbandengenootschap te overwegen. Tenslotte maakte hij er melding van dat het de bedoeling lag om in een tijdschrift en/of op een website een verslag van het minisymposium te publiceren.

Tijdens gesprekken over de verslaglegging van de lezingen, gaf Wim van Dongen de volgende tip: zet de powerpoints van de lezingen integraal met de aantekeningen van de presentator op de website. Zo gezegd, zo gedaan. De grote hoeveelheid kennis over de archiefband door restauratoren met weinig tijd verzameld, is hiermee voor iedereen toegankelijk geworden. De vele illustraties van prachtige en gewone archiefbanden verlevendigen het onderwerp tot een intrigerend geheel.

Presentaties:

[terug naar boven]

 

Verslag van het minisymposium “Membra Disiecta. Fragmenten van handschrift en druk als bindmateriaal” gehouden in de Universiteitsbibliotheek te Leiden op 29 oktober 2010

Opening

Jan Storm van Leeuwen opent als voorzitter van het Belgisch-Nederlands Bandengenootschap het minisymposium. Hij toont zich verheugd over de ruime belangstelling voor deze bijeenkomst. In het bijzonder stelt hij het op prijs dat naast genootschapsleden, ook restauratoren en bibliofielen van hun interesse voor het thema van symposium blijk hebben gegeven. Daarna introduceert hij de doelstelling en de activiteiten van het Bandengenootschap en roept belangstellenden op zich als lid aan te melden via de website. Hierna verleent hij het woord aan symposium voorzitter Jos Biemans, die als conservator handschriften en hoogleraar handschriftenkunde aan de Universiteit van Amsterdam is verbonden.

Inleiding

Jos poneert de stelling: “Onderzoek van maculatuur en vooral van membra disiecta is buitengewoon zinvol en kan tot spectaculaire resultaten leiden”. Om deze uitspraak te onderbouwen houdt hij een korte, op eigen ervaringen en onderzoek gebaseerde, voordracht, die als titel heeft: ‘De handschriftelijke overlevering van Maerlants Spiegel historiael: een omgevallen prullenbak’. In deze lezing reconstrueert hij eerst het aantal handschriften waarin de Spiegel historiael is overgeleverd: 45 volledige handschriften en tien verzamelhandschriften. Daarvoor heeft hij naast de bewaard gebleven min of meer volledige codices maar liefst 252 fragmenten, veelal bindmateriaal, onderzocht. Vervolgens heeft hij alle tekstdragers betrokken in zijn kwantitatieve en kwalitatieve analyse van de overlevering van de Spiegel historiael. Enkele van zijn conclusies zijn: de handschriften zijn in drie of vier kolommen geschreven; het formaat van de boeken is niet bepaald door de gulden snede, maar door de Din-A proportie; de handschriftenproductie in de Noordelijke Nederlanden loopt een halve eeuw achter op die in het zuiden; de auteur is dertiende-eeuws, maar literair-historisch hoort de Spiegel historiael bij de veertiende eeuw; de Gulden Sporenslag van 1302 bracht een explosie in de belangstelling voor de Spiegel historiael teweeg.

Eerste lezing

De eerste ‘grote’ lezing wordt verzorgd door Femke Prinsen, historica en restaurator die momenteel werkzaam is in de Herzog August Bibliothek in Wolfenbüttel. Onder de titel ‘Met het boek verbonden: de omgang met maculatuur bij de conservatie en restauratie van boeken’ bespreekt ze, uitgaande van haar studie aan het Instituut Collectie Nederland en latere praktische ervaringen, vier aspecten:

  • de aanwezigheid van maculatuur in boeken;
  • de waarde van maculatuur;
  • restauratie van boeken met maculatuur;
  • nut en noodzaak van een protocol.

Het eerste aspect geeft ze inhoud door het tonen van zeer veel goede afbeeldingen. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen op het eerste oog direct zichtbare maculatuur en verborgen handschrift en drukfragmenten. Ofschoon ze in haar lezing de terminologie van de maculatuur niet centraal wil stellen, ontkomt ze er niet aan het getoonde te benoemen met door haar juist geachte benamingen.

Inzake het belang van maculatuur maakt de spreekster onderscheid tussen de waarde binnen de context van het boek (voor constructie, datering en lokalisering) en los daarvan (de betekenis van de inhoud van het fragment zelf). Bij de restauratie van boeken onderscheidt Femke Prinsen ten aanzien van maculatuur globaal drie behandelingen:

  • de fragmenten in situ laten;
  • de fragmenten in situ laten, maar zichtbaar maken;
  • het loshalen van de fragmenten (en eventueel nieuw bindmateriaal aanbrengen indien dit constructief vereist is).

Steeds zal zorgvuldig moeten worden afgewogen wat de beste oplossing is. Niet alleen de waarde van het fragment, maar ook de functie en het gebruik van het boek spelen daarbij een rol. De spreekster dringt er op aan alles goed te documenteren.
Het maken van een uitvoerig gestandaardiseerd protocol, dat de onderbouwing van de besluitvorming inzake restauratiekeuzen vormt, lijkt Femke Prinsen weinig zinvol. Er zijn bij maculatuur te veel variabelen die een rol spelen. Indien er voldoende kennis bij alle betrokkenen is, kunnen op een eenvoudige manier afwegingen worden gemaakt. Overleg en een interdisciplinaire benadering zijn volgens haar noodzakelijk.

Tweede lezing

De volgende spreker is Hans Kienhorst, die werkzaam is bij de afdeling Oude Nederlandse Letterkunde van de Radboud Universiteit Nijmegen. Onder de titel ‘Het fragmentenonderzoek binnen archeologie van boek en collectie’ breekt hij een lans voor het onderzoeken van de gelaagdheid van oude boeken. Centraal staat de vraag: door wie en waarom werd er in bepaalde periodes op een bepaalde wijze met boeken omgegaan? Het antwoord op deze vraag zou kunnen aantonen waarom sommige handschriften en drukken wel en andere niet van maculatuur zijn voorzien. Hij verduidelijkt zijn betoog door in te gaan op de bibliotheekcollectie van het voormalige augustinessenklooster van Soeterbeeck. Deze boekenverzameling, daterend van de vijftiende tot de twintigste eeuw, is tot ruim een decennium geleden in gebruik geweest door de kloosterlingen. Daarna is de collectie als schenking in de Nijmeegse universiteitsbibliotheek terecht gekomen. Bestudering van de boeken heeft uitgewezen dat nog tot in de negentiende eeuw liturgische handschriften als bindmateriaal zijn gebruikt. Hans Kienhorst bepleit een brede bestudering van de Soeterbeeckse boeken, zowel van de individuele exemplaren als van de collectie als geheel of onderdelen ervan. Op de binnen afzienbare tijd te lanceren website http://wwwextern.ubn.nl/soeterbeeck kunnen belangstellenden beschrijvingen, wetenswaardigheden, inzichten en onderzoeksresultaten met elkaar delen.

Derde lezing

Na een korte thee- en koffiepauze treedt Karin Scheper, boekrestaurator bij de UB te Leiden, als derde spreker op. Onder de titel ‘Met stukjes en beetjes. Een meerjarig verpakkingsproject van de fragmentencollectie in de UB Leiden’ bespreekt zij de wijze waarop sinds 2005 de ‘losse’ fragmenten in Leiden worden opgeborgen. Zowel de oude als de nieuwe bergingswijze bestaat uit mappen. De nieuwe mappen, die om plaatsingsredenen niet dikker mochten zijn dan de oude, beschermen de fragmenten echter veel beter omdat ze uit zuurvrij materiaal zijn samengesteld, de fragmenten in melinex zijn verpakt (waardoor de voor- en achterzijden toch goed zichtbaar zijn) en er afdekking met naar binnen gevouwen ‘flappen’ plaatsvindt. Aanvankelijk werden de fragmenten vastgezet door rondom de stukken het melinex vast te naaien. Dat was een arbeidsintensieve bezigheid, zodat er nu voor gekozen is om de bladen melinex met puntlassen aan elkaar te verbinden. Het blijft daardoor toch mogelijk om met kleine ingrepen de fragmenten uit de map los te maken. In de loop der jaren is de herverpakking van de losse fragmenten regelmatig geëvalueerd. Dat heeft er ondermeer toe geleid dat ervoor gekozen is de grootte van de mappen te standaardiseren en dat houten platten niet in melinex worden opgeborgen. De herverpakking van de fragmenten heeft er ook toe geleid dat verschillenden stukken zijn gereinigd, van tape ontdaan en/of gevlakt.

Discussie

In de gedachtewisseling tussen sprekers en toehoorders, geleid door Jos, worden de volgende punten naar voren gebracht:

  • voor beheerders van collecties is de omgang met maculatuur al dertig jaar een probleem;
  • het over-en-weer verwijzen van boeken naar losse maculatuur is van het grootste belang;
  • documentatie van alle fasen van de omgang met maculatuur moet worden nagestreefd;
  • loshalen of laten zitten van maculatuur is een beslissing die primair met de waarde van de maculatuur te maken heeft, maar soms ook met financiële mogelijkheden;
  • het aankopen van losse fragmenten door bibliotheken en archiefinstellingen mag geen stimulans zijn voor louche handelaren om oude boeken te gaan versnijden;
  • voor openbare collecties is aankoop van losse fragmenten alleen te verdedigen indien de waarde van die fragmenten direct gekoppeld kan worden aan materiaal dat men reeds bezit;
  • oude handschriften en drukken zijn vaak bindmateriaal geworden omdat een boek inhoudelijk werd afgedankt (onverkoopbaar, restpartij, drukkersafval) of omdat de betekenis van de inhoud niet of onvoldoende (h)erkend werd;
  • het is misschien toch wel wenselijk om over een ‘soort’ protocol te beschikken dat hulp kan bieden bij een conserveringsopdracht.

Afsluiting

Ter afsluiting van de bijeenkomst wijst Jos erop dat het wellicht nuttig zou zijn indien het Bandengenootschap een nieuwe werkgroep in het leven zou roepen die zich boog over de terminologie van de maculatuur en het maken van een checklist die gebruikt kan worden bij het vastleggen van gegevens omtrent die maculatuur, de waarde ervan en een eventuele toekomstige behandeling.

Hierna neemt Elizabet Nijhoff Asser, restaurator en penningmeester van het Bandengenootschap, het woord. Zij dankt de drie sprekers hartelijk voor hun betogen en hun deelname aan de discussie. Jos is zij erkentelijk voor de prettige en deskundige wijze waarop hij het minisymposium heeft geleid. Ze onderstreept haar dankwoorden met materiële blijken van waardering. Ze memoreert dat het Bandengenootschap erg verheugd is over de belangstelling voor deze bijeenkomst en hoopt dat de gedachtewisseling zich elders nog zal voortzetten. Ze wenst allen een goede thuisreis.

[terug naar boven]